Verdieping

Home  >>  Verdieping

Fase 2: Verdieping (voorjaar 2013)

Vervolgonderzoek

Doel, vragen en uitgangspunten

Het doel van de beoogde samenwerking is optimale voorwaarden te creëren voor goed, pluriform en bereikbaar basisonderwijs in Oost-Groningen. Daarvoor is samenwerken nodig, afgestemd op de specifieke lokale situatie en behoeften. Het vervolgonderzoek richt zich op twee hoofdvragen: 1) Wat is de beste bestuurlijk/juridische vorm? en 2) Om welke concrete scholen(locaties) gaat het en op welke termijn? De antwoorden moeten aansluiten op de gestelde uitgangspunten en randvoorwaarden:

  • Het doel is behoud van onderwijskwaliteit en een pluriform onderwijsaanbod, met een goede spreiding en (veilige) bereikbaarheid van primair onderwijs.
  • Partijen spreken de ambitie uit om te komen tot één integraal bestuursmodel voor openbaar onderwijs, bijzonder onderwijs en andere onderwijsvormen als middel om het gewenste pluriforme aanbod te blijven aanbieden.
  • Partijen werken op basis van gelijkwaardigheid samen aan algemeen maatschappelijke en levensbeschouwelijke zingeving.
  • Partijen onderzoeken welk bestuursmodel het best past bij de nieuwe samenwerking en welke vraagstukken (juridische, financiële, fiscale of arbeidsrechtelijke) moeten worden opgelost.
  • De intentie is om de gezamenlijke bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de samenwerkingsscholen in 2015 te realiseren.

Het onderzoek is uitgevoerd door bureau KAW uit Groningen, met inzet van externe adviseurs uit de koepelorganisaties VOZ/ABB en de Besturenraad.

Bestuursmodel

In twee werksessies met vertegenwoordigers van de vijf onderwijsbesturen en de provincie zijn de vragen over het bestuursmodel verkend en verdiept. Er is ook gesproken met het ministerie van OCW. In maart 2014 is door de onderzoekers een concept-notitie aan de deelnemende partijen voorgelegd en met hen besproken. Dat heeft geleid tot een notitie over twee verschillende bestuursmodellen, die door de schoolbesturen aan hun achterban is toegezonden:

Model 1: Alle besturen fuseren tot één nieuw veelkleurig bestuur, waaronder alle afzonderlijke scholen (openbaar, bijzonder, samenwerkingsscholen) komen te ressorteren.

Model 2: De huidige besturen blijven bestaan, maar richten een gezamenlijke holding op, waaraan zij  – nader te bepalen en gefaseerd – taken en bevoegdheden overdragen.

Bestuursmodel

De bestaande en nieuwe samenwerkingsscholen komen onder een nieuw te vormen bestuur. Bestaande besturen en het nieuwe samenwerkingsscholen-bestuur zijn gelijkwaardige dochters van de moeder-holding.

Op basis van de reacties uit de achterban, het ministerie van OCW en de provincie is geconcludeerd dat het tweede model in deze fase op het meeste draagvlak kan rekenen. Daarom is besloten het ‘holdingmodel’ verder uit te werken.

Scenario’s schoollocaties

Het tweede spoor in het vervolgonderzoek betrof een nauwkeuriger doorrekening van de leerlingprognoses per school en welke scholen mogelijk zouden moeten worden samengevoegd met een school in de buurt, tot (meestal) een nieuwe samenwerkingsschool.  De toekomstverkenning is gedaan op basis van twee scenario’s:

  1. Een ondergrens van 80 leerlingen per school
    • Deze grens betreft een kwalitatieve ondergrens van 4 combigroepen met 20 leerlingen.
    • In dit scenario daalt het aantal scholen van 91 tot 57 in 2023
  2. Een ondergrens van 200 leerlingen per school
    • Deze grens kent een financiële achtergrond. Scholen boven 200 leerlingen kunnen zelfstandig een sluitende exploitatie draaien.
    • In dit scenario daalt het aantal scholen van 91 tot 35 in 2023

NB: deze scenario’s zijn nadrukkelijk niet bedoeld om per school te bepalen wanneer er iets zou moeten gebeuren, maar uitsluitend om een beeld te krijgen van de aard en omvang van de opgaven die er op ons af komen. In alle gevallen zullen er oplossingen op maat gevonden moeten worden.

Kosten schoolgebouwen

Zelfstandig blijven of samengaan heeft direct gevolgen voor de huisvestingskosten, die samenhangen met het aantal en de kwaliteit van de schoolgebouwen. Bij kleine scholen zijn de huisvestingskosten (relatief) vaak hoog. Dat heeft te maken met een sub-optimaal gebruik van het (grote) gebouw. Ook zijn veel van de bestaande scholen slecht geïsoleerd, met hoge energiekosten tot gevolg. Bij fusie/samenvoegen zal soms nieuwbouw nodig of verstandig zijn. Of verbouw en renovatie. Tegenover die investeringen staat dat een modern energiezuinig en efficiënt gebruikt gebouw in het gebruik goedkoper is. Complicerend is dat het schoolbestuur verantwoordelijk is voor de exploitatie van de gebouwen (inclkusief energielasten) en de gemeente voor de het gebouw op zich (dus ook voor de energiezuinigheid ervan). Via diverse rekenmodellen zijn de kosten voor de verschillende scenario’s in beeld gebracht. In onderstaand diagram ziet u de resultaten samengevat.

Lasten versus investeringen

Bron: Eindrapportage Vervolgonderzoek Primair onderwijs Oost-Groningen; p 15.

Conclusies en vervolg

  • Het bestuursmodel holding-dochters past bij de uitgangspunten. Voor dit model is het breedste draagvlak. Alvorens iets te kunnen besluiten, moet het model verder worden uitgewerkt.
  • In het scenario’s 80+ daalt het aantal scholen van 91 tot 57 in 2023
  • In het scenario’s 200+ daalt het aantal scholen van 91 tot 35 in 2023
  • De berekeningen laten zien dat bij opschaling – in beide scenario’s – de totale huisvestingskosten afnemen

Het vervolgonderzoek heeft laten zien dat samenwerking mogelijk is en goede voorwaarden kan creëren voor behoud van een kwalitatief en pluriform onderwijsaanbod, binnen de gebruikelijke financiële kaders.

Nogmaals moet worden benadrukt dat de  geschetste ontwikkelingen en scenario’s niet zijn bedoeld om in concrete situaties beslissingen te nemen over de toekomst van scholen. Dat zal steeds van geval tot geval in de specifieke lokale omstandigheden gebeuren. Doel van de de uitgevoerde onderzoeken en verkenningen is om een betrouwbaar inzicht te krijgen in de aard en omvang van de opgaven die op ons af komen en de contouren van een samenwerkingsvorm te ontwikkelen waarin we die opgaven op een goede manier gezamenlijk kunnen aanpakken.

Om nu concrete vervolgstappen te kunnen zetten is het wenselijk dat het beoogde bestuursmodel – juridisch – verder wordt uitgewerkt. In oktober 2014 is aan KAW gevraagd dit in gang te zetten.

Download het hele rapport: Eindrapportage Vervolgonderzoek Primair onderwijs Oost-Groningen