Verkenning

Home  >>  Verkenning

Fase 1: Verkenning (2012-2013)

Regionaal Woon- en Leefbaarheidsplan Oost-Groningen

In 2012 verscheen het Regionaal Woon- en Leefbaarheidsplan Oost-Groningen, met de gezamenlijke visie en plannen van negen gemeenten voor behoud en versterking van de leefbaarheid in Oost-Groningen, mede als antwoord op de krimp in het gebied. Het aantal inwoners loopt gestaag terug, waarbij bovendien door het vertrekoverschot van jongeren het aandeel kinderen nog eens extra afneemt en scholen (steeds) minder leerlingen krijgen. Als scholen te klein worden, kunnen er problemen ontstaan; onderwijskundig en financieel.

Een belangrijke conclusie in het Woon- en leefbaarheidsplan was dat goed onderwijs – en dan vooral primair onderwijs – voor de woon- en leefkwaliteit in een gebied van grote betekenis is. Vanzelfsprekend is het onderwijsveld zich hiervan al geruime tijd bewust en wordt er in veel plaatsen al het nodige gedaan en samengewerkt. Voor een gezonde toekomst van het basisonderwijs in Oost-Groningen op wat langere termijn is echter ook afstemming en samenwerking op regionaal niveau noodzakelijk.

In november 2012 vond een regionale werkconferentie plaats over de toekomst van het primair onderwijs tussen de gemeenten en de onderwijsorganisaties. Begin 2013 zijn de vier grote schoolbesturen (OPRON, SOOOG, VCO en Scholengroep Perspectief) bij elkaar gekomen. De noodzaak voor verdergaande regionale samenwerking werd daarbij breed gedeeld. Tegelijk werd en wordt sterk gehecht aan een pluriform onderwijsaanbod en een herkenbare eigen identiteit. De vraag was dus of er een vorm van regionale samenwerking zou kunnen komen, die aan deze belangrijke uitgangspunten recht zou doen. Aan bureau KAW uit Groningen is opdracht gegeven voor een verkenningsonderzoek.

Download het hele rapport: Regionaal Woon- en Leefbaarheidsplan Oost-Groningen

Verkenningsonderzoek

Hieronder een samenvatting van de belangrijkste bevindingen en conclusies uit het verkenningsonderzoek.

Leerlingen en scholen

In de zeven gemeenten staan momenteel (eind 2012) 91 basisscholen met in totaal bijna 12.500 leerlingen (exclusief de 3 basisscholen voor speciaal onderwijs die in dit onderzoek verder buiten beschouwing blijven). In de periode 2010 – 2015 daalt het aantal leerlingen gemiddeld met 3% per jaar. In 2015 ligt het aantal leerlingen gemiddeld 11% lager dan in 2012. In de komende jaren zet de daling gestaag voort, met ongeveer 200-300 leerlingen per jaar.

(Te) kleine scholen

Als scholen (te) klein worden, leidt dat tot onderwijskundige en financiële risico’s. Over het algemeen worden combinatieklassen van meer dan twee jaargroepen onderwijskundig als minder wenselijk beschouwd. Dit leidt tot een minimale omvang van ca 80 leerlingen (4 combinatiegroepen van 20 ll).  Een school met 80 leerlingen blijft  echter nog altijd klein, zowel voor de leerlingen als voor de medewerkers. Hoe groot (of klein) een school moet (of mag) zijn blijft arbitrair. In de discussie over de minimale/optimale schoolgrootte spelen allerlei factoren:  onderwijskundige, identiteit-gerelateerde, sociaal-pedagogische, organisatorische, personele, financiële en wettelijke. Wat in een concrete situatie door betrokkenen als beste keus wordt beschouwd, hangt af niet alleen af van deze factoren op zich, maar ook van hoeveel belang betrokkenen er – in de specifieke lokale context – aan hechten. De Staatssecretaris heeft na een eerste verkenning met de Cie. van Onderwijs besloten om geen getalscriterium voor het begrip klein/groot te hanteren.

Samenwerking / samenvoeging

Op basis van prognoses (2012) van de leerlingenaantallen per school en een minimale omvang van 100 leerlingen per school zijn er in de regio 26 scholen waar samenwerking binnen vijf jaar opgestart zou moeten zijn. Op 12 daarvan is de samenwerking al in onderzoek. Op middellange termijn (10 – 15 jaar) komen er nog eens 19 scholen bij. In totaal komt samenwerking dus aan de orde op de helft van alle scholen (45 van de 91).  Daarbij gaat het om scholen in de kleine woondorpen, maar ook in de grotere dorpen. Als scholen samengaan, vraagt dat extra aandacht voor het vervoer van huis naar school (openbaar vervoer en informele netwerken van ouders/buren). In het vervolgonderzoek (zie verderop) zijn de prognoses per schoollocatie volgens verschillende scenario’s nauwkeuriger doorgerekend.

Bestuursstructuur

Samenwerken (en eventueel samenvoegen) is bestuurlijk eenvoudig als beide scholen onder hetzelfde schoolbestuur vallen. In de meeste gevallen echter zal een beoogde samenwerking/fusie gaan over een openbare en bijzondere school in hetzelfde dorp en moet er dus een nieuwe bestuursstructuur tot stand komen. Het verkenningsonderzoek beschrijft verschillende opties die recht lijken te doen aan de eerder gestelde uitgangspunten. Welke optie de voorkeur verdient, vereist nader onderzoek.

Intentieverklaring

Op 15 oktober ’13 is de Intentieverklaring door de betrokken schoolbesturen ondertekend, als opstap voor de fase van verder onderzoek naar samenwerking. Het Integraal bestuur van Vlagtwedde heeft in het voorjaar van 2014 ook de intentieovereenkomst ondertekend. In oktober 2014 is ook de gemeente Hoogezand-Sappemeer aangesloten.

Download het hele rapport: Verkenningsonderzoek